Luchtweginfecties: besmettelijk en niet altijd onschuldig

Een luchtweginfectie is een veel voorkomende infectieziekte. Vooral in het najaar en de winter zien we een stijging van het aantal besmettingen. Hoewel een luchtweginfectie bij de meeste mensen binnen een paar weken vanzelf weer geneest, zijn er ook mensen die ernstig ziek worden en zelfs in het ziekenhuis belanden. In dit artikel lees je wat een luchtweginfectie is, welke behandeling er mogelijk is en, nog belangrijker, hoe je de kans op een besmetting zo klein mogelijk maakt.

Wat zijn luchtweginfecties?

Via de luchtwegen komt lucht van buiten ons lichaam binnen. In die lucht kunnen allerlei ziekteverwekkers zitten, zoals virussen en bacteriën, die een ontsteking van het slijmvlies van de luchtwegen kunnen veroorzaken. Dat heet een luchtweginfectie. Luchtweginfecties komen het hele jaar voor en zijn dus niet seizoensgebonden, maar in het najaar en de wintermaanden komt het wel vaker voor. Dat komt vooral doordat we dan meer binnen zitten in slechter geventileerde ruimtes. Een koudere temperatuur zorgt daarnaast voor goede omstandigheden voor de verspreiding van virussen.

Bij luchtweginfecties maken we een onderscheid tussen een bacteriële luchtweginfectie en een virale luchtweginfectie. Een infectie in het bovenste deel van de luchtwegen, zoals de mond, neus en keel, komt vaak door een virus. Als de ontsteking dieper zit, bijvoorbeeld in de longen, dan komt dat vaker door een bacterie.

Virale luchtweginfecties

Als een virus leidt tot een ontsteking van de slijmvliezen in de luchtwegen, noemen we dat een virale luchtweginfectie. Een virale luchtweginfectie gaat meestal vanzelf weer over, maar sommige mensen lopen meer risico om toch ernstig ziek te worden. Bijvoorbeeld mensen met een verminderde weerstand, zoals jonge kinderen, ouderen, zwangeren en mensen met een chronische ziekte en bij gebruik van medicijnen die het immuunsysteem onderdrukken. Voor deze risicogroep is vroegtijdige herkenning belangrijk, zodat zij zo snel mogelijk de juiste behandeling krijgen.

Veelvoorkomende virale luchtweginfecties

Een aantal bekende en veelvoorkomende virale verwekkers van luchtweginfecties zijn het Influenzavirus, het RS-virus en het coronavirus SARS-CoV-2.

Influenza

Het Influenzavirus -beter bekend als het griepvirus- is verantwoordelijk voor de seizoensgebonden griep. Dit virus is besmettelijk en wordt overgedragen door hoesten, niezen en direct lichamelijk contact, zoals knuffelen of een hand geven. Je kan ook besmet raken door je omgeving, zoals een deurknop of toetsenbord. Na besmetting duurt het gemiddeld één tot vijf dagen voor je de eerste klachten krijgt, maar één dag voordat je klachten krijgt ben je al besmettelijk.

Klachten door het influenzavirus ontstaan vaak plotseling, zoals hoesten, keelpijn, hoofdpijn, koorts, vermoeidheid, kortademigheid en spierpijn. Je kan ook neusverkoudheid krijgen, je zwak voelen en minder eetlust hebben. Bij de meeste gezonde mensen gaat griep vanzelf over. Een behandeling is dan niet nodig. Pijnstillers, zoals paracetamol, kunnen de pijn en koorts wel verlichten. Door het influenzavirus is er een grotere kans op complicaties, zoals een longontsteking, bacteriële infectie en ontsteking van de hartspier en hersenen. Voor kwetsbare groepen, zoals ouderen of mensen met een chronische ziekte, is daarom een griepvaccinatie beschikbaar.

RS-virus

RS staat voor Respiratoir Syncytieel virus. Dit verkoudheidsvirus komt vooral voor in de wintermaanden. Als je besmet bent met het RS-virus, duurt het meestal vijf dagen voor je de eerste symptomen krijgt. De meeste mensen worden alleen verkouden en zijn na een week vaak weer klachtenvrij. Toch is het RS-virus niet onschuldig. De klachten kunnen namelijk ook erger zijn, zoals benauwdheid of een piepende ademhaling, koorts en longontsteking. Vooral voor baby’s, ouderen en mensen met een zwak immuunsysteem, kan het RS-virus gevaarlijk zijn. Elk jaar worden zo’n 1.700 baby’s met ernstige benauwdheid opgenomen in het ziekenhuis. Het RS-virus is besmettelijk en wordt overgedragen via hoesten, niezen en praten. Er bestaan nog geen medicijnen die het RS-virus genezen, maar er zijn wel mogelijkheden om ernstige klachten te voorkomen, zoals een vaccin of passieve immunisatie.

Coronavirus SARS-CoV-2

Het coronavirus SARS-CoV-2 veroorzaakt COVID-19 en verspreidt zich doordat je besmette druppeltjes inademt die ontstaan door bijvoorbeeld hoesten, niezen of praten. Na besmetting duurt het een aantal dagen voor je symptomen krijgt, maar twee dagen daarvoor ben je al besmettelijk. Symptomen waaraan je COVID-19 kan herkennen zijn verkoudheid, hoesten, benauwdheid, koorts en reuk- en smaakverlies. Het verloop van COVID-19 is heel verschillend. Sommige mensen hebben nauwelijks of geen klachten, maar anderen worden ernstig ziek en kunnen zelfs overlijden. Als je langer dan drie maanden na de besmetting nog klachten hebt, dan noemen we dat post-COVID of long (langdurig) COVID. Voor kwetsbare groepen, zoals ouderen of mensen met een chronische ziekte, is een vaccinatie beschikbaar.

Bacteriële luchtweginfecties   

Bij een virale luchtweginfectie beschadigen de virusdeeltjes tijdelijk ook cellen die het lichaam beschermen tegen lichaamsvreemde stoffen. De beschadigde cellen kunnen dan de ziekmakende bacteriën niet meer goed tegenhouden. Bacteriën krijgen daardoor een grotere kans om de onderste luchtwegen te bereiken. Als je een virale luchtweginfectie hebt, is het risico daarom groter dat je ook een bacteriële luchtweginfectie oploopt. Een ontsteking van de slijmvliezen in de onderste luchtwegen, zoals een longontsteking, wordt vaak veroorzaakt door een bacterie. In tegenstelling tot een virale luchtweginfectie, kan een bacteriële luchtweginfectie worden behandeld met antibiotica.

Veelvoorkomende bacteriële luchtweginfecties

Enkele veelvoorkomende bacteriën die een luchtweginfectie kunnen veroorzaken zijn Mycoplasma pneumoniae, Streptococcus pneumoniae, Bordetella pertussis en legionella.

Mycoplasma pneumoniae

Deze bacterie is een atypische ziekteverwekker die geleidelijk een (milde) longontsteking kan veroorzaken. Atypisch betekent dat deze bacterie niet voldoet aan typische kenmerken, bijvoorbeeld vage, afwijkende symptomen. Daardoor is deze bacterie lastiger te herkennen. Mycoplasma pneumoniae is besmettelijk en verspreidt zich via druppeltjes in de lucht, die bijvoorbeeld ontstaan doordat iemand hoest of niest. Symptomen zijn koorts, hoesten, keelpijn en vermoeidheid. In de winter van 2023 / 2024 was Mycoplasma pneumoniae een van de oorzaken van de stijging van het aantal mensen met een longontsteking. De grootste stijging was toen te zien onder kinderen en jongeren tussen de 5 en 25 jaar. Bij ernstige klachten zoals benauwdheid, kan de bacterie worden behandeld met het antibioticum azithromycine of doxycycline.

Streptococcus pneumoniae

Deze bacterie noemen we ook wel de pneumokok. Veel mensen dragen pneumokokken bij zich in de bovenste luchtwegen. Als je gezond bent, leidt de pneumokok niet tot klachten. Maar bij een verzwakt immuunsysteem of in combinatie met een virale luchtweginfectie, kan deze bacterie leiden tot de pneumokokkenziekte. Symptomen zijn longontsteking, hoge koorts, soms met koude rillingen, hoesten, benauwdheid, pijn bij het ademhalen, hartkloppingen en een gevoel van ziek zijn. De Streptococcus pneumoniae bacterie is besmettelijk en verspreidt zich via direct contact en via druppeltjes in de lucht, bijvoorbeeld door hoesten en niezen. Om een ernstig verloop van de ziekte te voorkomen, is er een vaccin beschikbaar voor kinderen tot 2 jaar, volwassenen vanaf 60 jaar en (medische) risicogroepen. De behandeling van een luchtweginfectie met Streptococcus pneumoniae, bestaat uit antibiotica via tabletten of een infuus.

Bordetella pertussis

De Bordetella pertussis bacterie veroorzaakt kinkhoest en is erg besmettelijk. De bacterie verspreidt zich via druppeltjes in de lucht, die onder andere ontstaan door hoesten en niezen. Als je die druppels inademt, kun je besmet raken. De bacterie scheidt gifstoffen uit waardoor je – soms maandenlang – ‘blaffend’ hoest. Kinkhoest begint met symptomen zoals verkoudheid en een gevoel van ziek zijn. Na één of twee weken ontstaan er (vaak ’s nachts) heftige hoestbuien waarbij je taai slijm ophoest, meestal gevolgd door een lange piepende ademhaling. Dit duurt gemiddeld twee tot zes weken. Daarna kun je nog een aantal weken tot maanden last hebben van losse hoest.

Vooral voor pasgeboren baby’s is kinkhoest gevaarlijk. Door de hoestbuien kunnen ze uitgeput raken, waardoor ze niet meer drinken. Hoesten en benauwdheid kunnen ook leiden tot zuurstoftekort. Daardoor kan een hersenbeschadiging ontstaan. Soms verloopt kinkhoest anders bij baby’s. Ze hoesten dan niet, maar hebben wel ademstops en een blauw verkleurde huid. Van baby’s met kinkhoest wordt meer dan de helft in het ziekenhuis opgenomen en heel soms overlijdt een baby aan de gevolgen van kinkhoest. Gelukkig is er een vaccin beschikbaar dat wordt aangeboden aan zwangeren, baby’s en jonge kinderen. Dankzij vaccinatie is het aantal baby’s en kinderen dat overlijdt aan de gevolgen van kinkhoest in Nederland erg laag.

Legionella

De legionellabacterie komt voor in aarde en water dat langere tijd stilstaat en tussen de 20 en 50 graden Celsius is. In de zomermaanden zien we daarom vaak meer besmettingen. Als je de bacterie inademt, kun je ziek worden. De eerste symptomen ontstaan meestal binnen twee tot tien dagen na een besmetting. Dat begint met klachten zoals hoofdpijn, spierpijn, misselijkheid, diarree, koorts en droge hoest. Soms veroorzaakt een legionellabesmetting een ernstige longontsteking. Dat wordt de veteranenziekte genoemd. Ouderen, mensen met een verminderde afweer en mensen die roken hebben een grotere kans om erg ziek te worden van een legionellabesmetting. Zij worden dan meestal opgenomen in het ziekenhuis en behandeld met antibiotica.

Hoe worden luchtweginfecties vastgesteld?

Om een luchtweginfectie op de juiste manier te kunnen behandelen, is het belangrijk om eerst vast te stellen dat het om een luchtweginfectie gaat en welke ziekteverwekker de oorzaak is. Om een luchtweginfectie aan te tonen, wordt onderzoek gedaan op lichaamsmateriaal. Bijvoorbeeld bloed, sputum of een monster van de slijmvliezen in de keel of neus. In ons microbiologisch laboratorium kunnen we op verschillende manieren een infectie vaststellen:

  • Een bacteriekweek: door de juiste omstandigheden te creëren, groeien de bacteriën uit tot bacteriekolonies. We onderzoeken en analyseren de groei, zodat we kunnen vaststellen om welke bacterie het gaat en voor welke antibiotica deze gevoelig is.
  • Een PCR-test waarmee we het genetisch materiaal van specifieke bacteriën en virussen, zoals mycoplasma pneumoniae en het influenzavirus, kunnen detecteren en vaststellen.
  • Een serologische test om de aanwezigheid en hoeveelheid antistoffen tegen een virus in het bloed te meten. Zo kunnen we een recente of eerdere infectie aantonen, maar ook de immuunrespons onderzoeken.
Luchtweginfecties vaststellen

Behandelen en voorkomen van luchtweginfecties

Bij de meeste mensen gaat een luchtweginfectie vanzelf over. Als de oorzaak van een luchtweginfectie is vastgesteld en deze voor veel of langdurige klachten zorgt, dan kan de huisarts of andere behandelaar eventueel een behandelplan maken. Veel bacteriële luchtweginfecties kunnen effectief worden behandeld met antibiotica. Welk antibioticum het best werkt, is afhankelijk van de bacterie. Antibiotica werken niet tegen een virus, maar een virale luchtweginfectie gaat bij de meeste mensen vanzelf over. Hoestdrank, neusspray of pijnstillers zoals paracetamol kunnen de klachten eventueel verlichten. Heb je aanhoudende klachten of worden de klachten erger? Neem dan contact op met je huisarts of behandelaar.

Adviezen tegen besmetting en verspreiding

Hoewel een luchtweginfectie meestal vanzelf geneest, is het wel vervelend en kun je er veel last van hebben. Daarnaast kun je anderen besmetten die er misschien wel erg ziek van worden. Daarom is het beter om de kans op een luchtweginfectie zo klein mogelijk te maken. Als je je aan de volgende adviezen houdt, is de kans op besmetting en verspreiding kleiner:

  • Ben je ziek? Blijf dan thuis.
  • Ben je niet ziek, maar heb je wel klachten? Probeer dan toch zoveel mogelijk thuis of te werken als dat kan.
  • Hoest en nies in de elleboog, gebruik papieren zakdoekjes en gooi ze na één keer gebruiken weg.
  • Houd afstand tot anderen en vermijd contact met mensen die erg ziek kunnen worden van een luchtweginfectie, zoals kleine kinderen en ouderen.
  • Was regelmatig en goed je handen met water en zeep.
  • Ventileer binnenruimtes.
  • Val je onder een risicogroep? Overweeg dan een vaccinatie als die voor jou beschikbaar is. Daarmee kun je voorkomen dat je ernstig ziek wordt.

FAQ

Het belangrijkste verschil tussen deze twee typen luchtweginfectie is de ziekteverwekker. Bij een virale infectie is dat een virus. Bij een bacteriële infectie is een bacterie de boosdoener. Dat bepaalt grotendeels ook de behandeling. Een bacteriële luchtweginfectie is meestal te behandelen met antibiotica, maar een virale luchtweginfectie niet. Tot slot komt een virale luchtweginfectie vaker voor in de bovenste luchtwegen en een bacteriële luchtweginfectie in de onderste luchtwegen. Een longontsteking is daarom vaker het gevolg van een bacteriële luchtweginfectie.

Zowel virale als bacteriële luchtweginfecties kunnen besmettelijk zijn. Meestal wordt het virus of de bacterie verspreid via kleine druppeltjes in de lucht die ontstaan door bijvoorbeeld hoesten en niezen. Maar ook direct contact, zoals handen schudden of zoenen. Je kan besmetting tegengaan door goede hand- en hoesthygiëne, afstand houden van mensen met een luchtweginfectie en goede ventilatie van binnenruimtes. Vaccinatie voorkomt in veel gevallen ook dat je ernstig ziek wordt.

Een luchtweginfectie wordt veroorzaakt door een virus of een bacterie. Door deze ziekteverwekkers raakt het slijmvlies van de luchtwegen ontstoken.

Veel voorkomende symptomen bij een luchtweginfectie zijn: verkoudheid, hoesten, keelpijn, koorts, benauwdheid of kortademigheid, longontsteking, vermoeidheid, hoofdpijn, spierpijn en een algeheel gevoel van ziek zijn.

De meeste mensen worden niet erg ziek van een luchtweginfectie. Meestal zijn de klachten dan binnen een paar weken weer weg, waardoor het niet nodig om te weten of een luchtweginfectie bacterieel of viraal is. Maar in sommige situaties is dit wel belangrijk, bijvoorbeeld bij ernstige klachten of om verspreiding tegen te gaan. Om zeker te weten of een luchtweginfectie wordt veroorzaakt door een bacterie of een virus, moet dit worden onderzocht in een laboratorium. Neem daarvoor contact op met je huisarts.

Antibiotica werken niet bij virale luchtweginfecties. Als de luchtweginfectie wordt veroorzaakt door een bacterie, dan kan je huisarts of behandelend arts besluiten om antibiotica voor te schrijven. Meestal gebeurt dat alleen als je ernstige klachten hebt, of als je in een risicogroep valt, bijvoorbeeld omdat je een verminderde afweer hebt door een chronische ziekte.