Terugkeer van ‘vergeten’ infectieziekten zoals mazelen en kinkhoest
28-03-2024
Na ‘nieuwe’ infectieziekten zoals Covid-19 en de jaarlijks terugkerende zoals influenza en het RS-virus, nemen een aantal infectieziekten die vooral vroeger veel voorkwamen, weer toe. Het gaat om zeer besmettelijke, potentieel ernstige ziekten zoals kinkhoest en mazelen, waarvoor een vaccinatie sinds respectievelijk 1957 en 1976 onderdeel is van het Rijksvaccinatieprogramma. Deze opleving -die we ook terugzien in de stijgende aantallen op ons laboratorium- is het gevolg van een afname van het aantal hiervoor gevaccineerden. Wat zijn de (medische) consequenties hiervan en wat is de rol van een medisch microbiologisch laboratorium zoals Labmicta?
De impact van kinkhoest en mazelen op de volksgezondheid
Zowel kinkhoest als mazelen lijken in eerste instantie op een verkoudheid, maar beide ziekten zijn erg besmettelijk. Eén persoon met kinkhoest kan wel tot 6 anderen besmetten en bij mazelen kan dit oplopen tot maar liefst 19 personen. De laatstgenoemde staat ook wel bekend als één van de meest besmettelijke infectieziekten. Even ter vergelijking: iemand met het coronavirus besmet tegenwoordig gemiddeld één andere persoon en voor influenza is dit getal drie. Kinkhoest wordt veroorzaakt door een bacterie Bordetella pertussis die gifstoffen afscheidt, waardoor je soms maandenlang ‘blaffend’ hoest. Mazelen wordt veroorzaakt door het mazelenvirus dat in je keel zit en is herkenbaar door de rode vlekjes over het hele lichaam.
Naast de hoge besmettelijkheid zijn kinkhoest en mazelen allerminst ‘onschuldige kinderziekten’. Kinkhoest is vooral gevaarlijk voor baby’s, die als gevolg van het langdurige hoesten stoppen met drinken of hersenbeschadiging oplopen en hierdoor kunnen overlijden. Mazelen is ook gevaarlijk voor jonge kinderen en daarnaast voor zwangeren (risico op miskraam/vroeggeboorte) en ouderen. In ernstige gevallen kan de mazelen leiden tot een longontsteking of een dodelijke hersenontsteking (SSPE: subacute scleroserende panencefalitis) die zich pas jaren later ontwikkelt. De ernst van deze infectieziekten in combinatie met de hoge besmettelijkheid, maakt de impact ervan op onze volksgezondheid hoog.
De rol van vaccinaties tegen kinkhoest en mazelen
Zowel kinkhoest als mazelen zijn dus potentieel ernstige, zeer besmettelijke infectieziekten die gelukkig grotendeels te voorkomen zijn met een inenting. Via het Rijksvaccinatieprogramma kun je sinds 1957 je kind(eren) via de DKTP-vaccinatie beschermen tegen kinkhoest en daarnaast difterie, tetanus en polio. Om baby’s tegen kinkhoest te beschermen tot ze zelf volledig gevaccineerd zijn, kun je als zwangere vrouw sinds eind 2019 vanaf 22 weken zwangerschap een inenting tegen kinkhoest halen: de 22 wekenprik. Ook andere volwassenen (familieleden of zorgverleners) die in nauw contact staan met baby’s kunnen zich laten vaccineren tegen kinkhoest. Dit heet cocooning. Tegen mazelen kun je je beschermen met een vaccinatie die sinds 1976 onderdeel is van het Rijksvaccinatieprogramma. Kinderen krijgen via dit programma een BMR-inenting aangeboden die ze ook beschermt tegen de bof en rodehond. Ben je niet gevaccineerd en heb je mazelen nooit doorgemaakt, dan kun je je als volwassene alsnog laten vaccineren.
De vaccinatiegraad in Nederland
De gemiddelde vaccinatiegraad is het percentage kinderen dat deelneemt aan het Rijksvaccinatieprogramma. Dit wordt berekend door het aantal gevaccineerde kinderen te delen door het totaal aantal kinderen in een bepaald geboortecohort (in dezelfde periode geboren) en dit te vermenigvuldigen met 100. De Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) adviseert een minimaal benodigde vaccinatiegraad van 90% voor voldoende groepsimmuniteit. Kortom, als per tien kinderen er minimaal negen zijn ingeënt, is dit voldoende om een uitbraak te voorkomen en baby’s en mensen die (nog) niet gevaccineerd zijn te beschermen. Voor Nederland gaat het RIVM uit van een hoger percentage voor een veilige vaccinatiegraad, namelijk minimaal 95%. Dit hogere percentage is nodig volgens het RIVM omdat de mazelen zeer besmettelijk is.
De gevolgen van een dalende vaccinatiegraad
Sinds een inenting voor deze ziekten laagdrempelig wordt aangeboden, nam het aantal zieken en sterfgevallen sterk af. Sinds 2015 daalt echter het aantal kinderen dat wordt ingeënt volgens het Rijksvaccinatieprogramma en daarmee ook de vaccinatiegraad. In juni 2023 schoot de landelijke vaccinatiegraad zelfs voor het eerst in decennia onder de 90% voor baby’s en peuters tot 2 jaar. Het RIVM signaleerde eerder vooral uitbraken in de zogeheten bible belt-regio, waar al jaren een lage vaccinatiegraad geldt. Inmiddels is er een zichtbare stijging van bijvoorbeeld het aantal gevallen van kinkhoest en mazelen verspreid over heel ons land. Door een landelijk dalende vaccinatiegraad neemt de groepsimmuniteit af en stijgt het risico op uitbraken en daarmee het aantal zieken en sterfgevallen, vooral onder kinderen.
Gevolgen van niet vaccineren
Vaccineren is geen wettelijke verplichting dus een persoonlijke keuze. Niet vaccineren tegen een infectieziekte waarvoor een vaccin bestaat, heeft als belangrijkste risico dat je (kind) ernstig ziek wordt met een kans op overlijden. Daarnaast loop je het risico dat je anderen (ernstig) ziek maakt. Om verschillende redenen besluiten dus steeds meer mensen hun kinderen niet te vaccineren, waardoor de vaccinatiegraad en groepsimmuniteit dalen en uitbraken toenemen.
Gevolgen van wel vaccineren
Met de vaccinaties van het Rijksvaccinatieprogramma word je zelf niet of minder ernstig ziek én bescherm je anderen, doordat je niet of minder besmettelijk bent. Deze vaccinaties, waaronder die voor kinkhoest en de mazelen, zijn al jarenlang bewezen effectief en veilig. Wel is er bij alle vaccins een kans op milde bijwerkingen en in zeer uitzonderlijke gevallen is er kans op een ernstige (allergische) reactie. Lareb registreert de bijwerkingen van alle vaccins. Ondanks vaccinaties word je soms alsnog ziek, maar meestal minder ernstig. Heb je eenmaal de mazelen doorgemaakt, dan ben je ook levenslang beschermd. Kinkhoest kun je ondanks vaccinaties meerdere keren in je leven doormaken. Micro-organismen zoals bacteriën ontwikkelen zich, waardoor vaccinaties voor de nieuwe variant minder of niet werken. Ook de kinkhoestbacterie veranderde de afgelopen jaren qua structuur, waardoor we vanaf 1996 een opleving van kinkhoest onder gevaccineerde volwassenen.
Labmicta als partner van de GGD en zorgverleners
Als medisch microbiologisch laboratorium kan Labmicta ingestuurd lichaamsmateriaal onderzoeken op infectieziekten als kinkhoest en mazelen. Het zijn meldingsplichtige infectieziekten. Dit betekent dat zowel Labmicta als de behandelend arts iedere vastgestelde besmetting met kinkhoest of mazelen binnen een bepaalde termijn moet melden bij de GGD. Naast de best passende behandeling die we voor de patiënt adviseren aan de betrokken (huis)arts, ondersteunt Labmicta bij deze infectieziekten vooral bij het indammen van uitbraken. Als er een uitbraak ontstaat in onze regio, zijn we daar op voorbereid. De GGD is dan de aangewezen partij om zo snel mogelijk een bron- en contactonderzoek op te starten. Snelheid is bij het indammen van een uitbraak van kinkhoest en mazelen essentieel. Door de diagnostiek op deze ziekten dagelijks uit te voeren, kan de GGD hun onderzoek zo snel mogelijk opstarten. Daarnaast ondersteunt Labmicta de zorgprofessionals in bijvoorbeeld ziekenhuizen of andere zorginstellingen door ze te testen op antistoffen waarmee bepaald wordt of ze voldoende beschermd zijn. Het team infectiepreventie van Labmicta kan zorgverleners op locatie ondersteunen met hygiënemaatregelen om zo bij te dragen aan het indammen van uitbraken.
Geraadpleegde bronnen: www.rijksvaccinatieprogramma.nl, www.rivm.nl, www.lci.rivm.nl, www.ggd.nl, www.lareb.nl
FAQ
De gemiddelde vaccinatiegraad is het percentage kinderen dat deelneemt aan het Rijksvaccinatieprogramma. Dit wordt berekend door het aantal gevaccineerde kinderen te delen door het totaal aantal kinderen in een bepaald geboortecohort (in dezelfde periode geboren) en dit te vermenigvuldigen met 100. Voor Nederland gaat het RIVM uit van een veilige vaccinatiegraad van minimaal 95% in plaats van de door de WGO geadviseerde 90%. Dit hogere percentage is nodig volgens het RIVM omdat de mazelen zeer besmettelijk is.
Sinds 2015 daalt het aantal kinderen dat wordt ingeënt volgens het Rijksvaccinatieprogramma en daarmee ook de vaccinatiegraad. De redenen voor het niet laten inenten van kinderen lopen volgens onderzoeken uiteen.
In juni 2023 schoot de landelijke vaccinatiegraad voor het eerst in decennia onder de 90% voor baby’s en peuters tot 2 jaar. Door die daling neemt de groepsimmuniteit af en stijgt het risico op uitbraken van zeer besmettelijke, potentieel ernstige infectieziekten zoals kinkhoest en mazelen.
Spoed
Bel als zorgverlener voor spoedgevallen 24/7 met de dienstdoende arts-microbioloog via (088) 537 4200.
Meld hier een uitbraak in een zorgorganisatie of laat gegevens achter voor bron- en contactonderzoek.