Het RS-virus rukt weer op: hoe kun je verspreiding tegengaan?

30-12-2024

Het RIVM ziet het aantal besmettingen met het RS-virus (RSV) weer stijgen. Dit verkoudheidsvirus komt vooral in de wintermaanden voor. De meeste mensen worden alleen verkouden, maar vooral voor baby’s, ouderen of mensen met een zwak immuunsysteem, kan het RS-virus wel gevaarlijk zijn. Elk jaar belanden zo’n 1.700 baby’s met ernstige klachten in het ziekenhuis. Een deel van hen moet zelfs worden beademd op de intensive care. Met behulp van snelle diagnostiek en onderstaande adviezen, kunnen we verspreiding tegengaan en kwetsbare mensen beter beschermen.

Een besmetting herkennen

Het RS-virus wordt overgedragen via hoesten, niezen en praten. Iedereen kan het krijgen. Kwetsbare mensen in groepen, bijvoorbeeld op de kinderopvang of in een verpleeghuis hebben wel een grotere kans op een besmetting. Als je besmet bent met het RS-virus, duurt het meestal 5 dagen voor je klachten krijgt, zoals verkoudheid en hoesten. Bij de meeste kinderen en volwassenen gaan de klachten door het RS-virus binnen een week vanzelf weer over. Soms zijn de klachten erger, zoals benauwdheid of een piepende ademhaling, koorts, longontsteking en oorontsteking. Op www.thuisarts.nl/rs-virus staat wat je moet doen als je kind benauwd is en wanneer je de huisarts moet bellen.

Maak de kans op besmetting en verspreiding kleiner

Om de kans op een besmetting kleiner te maken, kun je contact met mensen die snotteren of hoesten het beste zoveel mogelijk vermijden. Ben je zelf aan het hoesten of snotteren? Blijf dan uit de buurt van hoogzwangeren en jonge baby’s. Gebruik papieren zakdoekjes en gooi ze na één keer gebruiken weg. Hoest in je elleboog en was je handen regelmatig met water en zeep. Meer adviezen vind je op www.rivm.nl/rs-virus.

Snelle diagnostiek om een uitbraak tegen te gaan

Met behulp van diagnostiek in ons laboratorium kunnen we goed bepalen met welk verkoudheidsvirus een patiënt is besmet. Toch krijgen we die vraag nog te weinig. Dat komt onder andere doordat er vaak geen gerichte behandeling is voor luchtweginfecties, zoals het RS-virus. Maar om de kans op een uitbraak van het RS-virus te verkleinen en verspreiding tegen te gaan, is het wel belangrijk om te weten of het om het RS-virus het gaat.

RSV-prik om ernstige klachten te voorkomen

Er bestaan nog geen medicijnen tegen het RS-virus, maar er zijn wel mogelijkheden om ernstige klachten te voorkomen.

  • Actieve immunisatie: met een vaccinatie worden er kleine deeltjes van het eiwit van het RS-virus toegediend. Je wordt hier niet ziek van, maar je lichaam gaat wel aan de slag om antistoffen tegen het RS-virus aan te maken. Dat heet een immuunrespons. Een vaccinatie tegen het RS-virus kun je aanvragen bij je huisarts, de GGD of een ander vaccinatiebureau en is voor eigen kosten.
  • Passieve immunisatie: bij baby’s is het immuunsysteem nog niet goed ontwikkeld. Daardoor kan hun lichaam zelf nog geen antistoffen tegen het RS-virus aanmaken. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor mensen met een verzwakt immuunsysteem, bijvoorbeeld als gevolg van een ziekte of medicatie. Deze groepen kunnen daarom een prik krijgen, waarbij er direct antistoffen tegen het RS-virus worden toegediend. Zo zijn ze toch beschermd tegen ernstige klachten. Dat heet passieve immunisatie. Deze RSV-prik werkt minimaal 5 maanden, voldoende voor een heel RS-seizoen. Dat loopt meestal van november tot en met maart. Op dit moment is deze prik nog alleen op medische indicatie beschikbaar. De Gezondheidsraad adviseerde in februari 2024 wel om de prik in het Rijksvaccinatieprogramma op te nemen voor alle kinderen onder de 1 jaar.